Een API-koppeling maakt het mogelijk voor verschillende softwaretoepassingen om met elkaar te communiceren en gegevens uit te wisselen. Dit gebeurt op een gestructureerde en gestandaardiseerde manier. Hieronder worden de belangrijkste stappen en processen beschreven die betrokken zijn bij het werken van een API-koppeling:
API-Request
Wanneer een systeem gegevens van een ander systeem nodig heeft, wordt er een API-request (aanroep) verzonden. Dit is een verzoek dat wordt gestuurd naar een API-endpoint (de toegangspoort van de API). Het request bevat informatie over wat er gevraagd wordt, zoals specifieke gegevens of acties.
- Verzoekstype: Er zijn verschillende soorten requests, zoals GET (om gegevens op te halen), POST (om gegevens te verzenden), PUT (om gegevens bij te werken) en DELETE (om gegevens te verwijderen).
- Parameters: Het verzoek kan parameters bevatten die aangeven welke specifieke gegevens worden gevraagd of welke acties moeten worden uitgevoerd
API Endpoint
Het API-endpoint is het specifieke adres binnen de API waar het verzoek naartoe wordt gestuurd. Elk endpoint kan verschillende functies vervullen, afhankelijk van het type verzoek en de benodigde gegevens.
- URL: Het endpoint wordt meestal aangeduid door een URL die een specifieke locatie binnen de API aangeeft.
API-Response:
Na ontvangst van het verzoek verwerkt de API de gevraagde informatie en stuurt een API-response (antwoord) terug naar het verzoekende systeem. Dit antwoord bevat de gevraagde gegevens of bevestigt dat een actie is uitgevoerd.
- Dataformaten: De gegevens worden vaak teruggestuurd in een gestructureerd formaat zoals JSON (JavaScript Object Notation) of XML (Extensible Markup Language).
- Statuscode: Het antwoord bevat ook een statuscode die aangeeft of het verzoek succesvol was of dat er een fout is opgetreden (bijv. 200 voor succes, 404 voor niet gevonden, 500 voor serverfout).
Authenticatie en Autorisatie
Veel API's vereisen authenticatie en autorisatie om ervoor te zorgen dat alleen geautoriseerde gebruikers toegang hebben tot bepaalde gegevens of functies.
- API-sleutels: Vaak wordt authenticatie gedaan met behulp van API-sleutels die worden meegeleverd met het verzoek.
- OAuth: Voor complexere authenticatie kan OAuth worden gebruikt, wat een protocol is voor het veilig delen van toegang zonder gevoelige informatie zoals wachtwoorden te delen.
Dataverwerking:
Na ontvangst van de response kan het ontvangende systeem de gegevens verwerken en gebruiken zoals vereist. Dit kan bijvoorbeeld inhouden:
- Opslag: Gegevens kunnen worden opgeslagen in een lokale database.
- Weergave: Gegevens kunnen worden weergegeven aan de gebruiker via een gebruikersinterface.
- Analyse: Gegevens kunnen worden geanalyseerd om inzichten te verkrijgen of rapporten te genereren.